Informatie over geboortemaandeffect verandert het effect niet

Jeugdvoetbalcoaches hebben bij het selecteren van talenten een voorkeur voor fysiek grote en sterke spelers die op korte termijn goed presteren. Jongens die aan het begin van het selectiejaar geboren zijn maken hierdoor een grotere kans om geselecteerd te worden omdat zij relatief oud en groot zijn. Ook als de coaches voorlichting hebben gehad over dit zogenaamde geboortemaandeffect en de gevolgen daarvan, blijven ze voornamelijk relatief oude jongens selecteren.

Timo Dierckx

De zoektocht naar de kampioenen van de toekomst begint op steeds jongere leeftijd. Uit angst om talenten te missen, selecteren clubs en bonden kinderen al op jonge leeftijd om deel te nemen aan goed georganiseerde talentontwikkelingsprogramma’s. Niet elk talent kan echter uitgroeien tot een topatleet. Zo blijkt uit onderzoek dat van de ruim 11.000 Duitse sporttalenten die een talentontwikkelingsprogramma doorliepen, slechts 1,7% op latere leeftijd een medaille haalde op een belangrijk kampioenschap.

Bij tal van sporten vindt in de jeugdselecties een oververtegenwoordiging plaats van kinderen die in de eerste maanden van hun selectiejaar geboren zijn, het zogenaamde geboortemaandeffect. Een verklaring voor dit effect is dat deze kinderen vaak groter en sterker zijn dan hun jaargenoten en daardoor op korte termijn beter presteren. Dat betekent niet dat deze kinderen zich op de lange termijn ook per definitie tot betere sporters ontwikkelen dan hun relatief jonge jaargenoten. Talenten ontwikkelen zich namelijk vaak grillig (zie hier).

Onderzoekers verwachten dat coaches die zich bewust zijn van het geboortemaandeffect, daar rekening mee houden in hun selectiebeleid. Maar werkt dat echt zo?

 

263 voetballers

Voetbalcoaches die zich bewust zijn van het bestaan van het geboortemaandeffect, blijven desondanks onevenredig veel voetballers selecteren die aan het begin van het selectiejaar geboren zijn. Dat vonden Australische onderzoekers nadat zij vier voetbalcoaches een selectie hadden laten maken voor de regionale selectie voor de leeftijdsgroepen onder de 12, 13, 14 en 15 jaar. Hierbij moesten de coaches hun keuze maken nadat ze gedurende acht weken twee keer per week met de groep hadden getraind. Iedere coach was verantwoordelijk voor de selectie van één leeftijdsgroep.

Voorafgaand aan de studie kwamen de onderzoekers tweemaal bijeen met de coaches om informatie te delen over het geboortemaandeffect en de gevolgen daarvan. Ook tijdens de achtweekse trainingsperiode herinnerden de onderzoekers de coaches continu aan dit fenomeen. Zo moesten ze een oefening doen waarbij ze de voetballers per leeftijdsgroep in drieën moesten verdelen op basis van de geboortemaand. Vervolgens moest de middelste groep een stap naar achteren zetten zodat de coaches het verschil in lichaamsbouw konden zien tussen de oudste en de jongste groep. Daarnaast hadden de coaches bij het maken van hun uiteindelijke selectie een lijst met geboortedata van alle voetballers.

Uiteindelijk bleken alle coaches veruit de meeste voetballers te selecteren die geboren waren in de maanden januari tot en met april. Zo selecteerden ze gemiddeld twaalf voetballers die waren geboren in de eerste vier maanden van het jaar terwijl ze er slechts drie selecteerden uit de laatste vier maanden. Dit terwijl per geboortemaand evenveel voetballers begonnen aan de trainingsperiode.

 

Informatie geven niet genoeg

Deze studie laat duidelijk zien dat alleen kennis overdragen over het geboortemaandeffect niet volstaat om het optreden daarvan te voorkomen. Ook als coaches goed weten wat het effect inhoudt en wat er aan ten grondslag ligt, blijven ze een voorkeur houden voor relatief oude kinderen. In achteraf afgenomen interviews geven de coaches aan dat dit er vooral mee te maken heeft dat ze op korte termijn een team kiezen dat dankzij de gekozen spelers goed zal presteren. Tevens willen ze aan hun collega-coaches laten zien dat ze de beste selectie kunnen maken.

Volgens de onderzoekers is het geboortemaandeffect te verminderen door de selectiedatum per jaar vier maanden op te laten schuiven. Spelers die dan drie jaar in een selectie zitten, zijn dan eenmaal het oudst, eenmaal het jongst en eenmaal gemiddeld. Of deze wijze van een roulerende selectiedatum het geboortemaandeffect inderdaad zal nivelleren over een periode van drie jaar zal nog onderzocht moeten worden, evenals de vraag of het de doorstroom van talent bevordert.

 

P. (Paul) Schermers

Hill B, Sotiriadou P (2016) Coach decision-making and the relative age effect on talent selection in football. Eur. Sport Man. Q., 16: 292-315

Ga naar overzicht

Twitter Feed

RT @TopsportTopics: De trainingsbelasting van teamsporters bepalen? Maak onderscheid tussen de fysiologische en biomechanische belasting ht…

RT @TopsportTopics: Ketonen innemen na een training stimuleert de spieropbouw maar niet de aanvulling van de energievoorraad #supplement ht…

RT @TopsportTopics: Ketonen innemen na een training stimuleert de spieropbouw maar niet de aanvulling van de energievoorraad #supplement ht…

Laat alle tweets zien
Delen:
FacebookTwitter
  • Partners
  • NOC*NSF
  • Vrije Universiteit Amsterdam
  • Kenniscentrum Sport
  • Rijksuniversiteit Groningen