TopsportTopics logo Alles over sport logo

Verslag Jaarcongres Wetenschap voor de Sportpraktijk 2023 – De Kracht van Veerkracht

Op 28 november vond het Jaarcongres Wetenschap voor de Sportpraktijk plaats. Dit werd door NLcoach in samenwerking met Topsport Topics georganiseerd. Het onderwerp: veerkracht in de sport. Ruud den Hartigh en Raôul Oudejans belichtten het concept veerkracht vanuit de wetenschap. Koen Polak en Dennis Vonsee (Koninklijke Marechaussee) en Jeroen Otter (NOC*NSF) gaven een interessant inkijkje hoe zij in hun dagelijkse praktijk invulling geven aan het thema veerkracht. Hier volgt een verslag van het wetenschappelijk gedeelte van het congres.

Femke Bol, die in een winnende positie op de estafette net voor de finishlijn ten val komt; Virgil van Dijk, die door een gescheurde kruisband driekwart jaar uit de roulatie is; Mathieu van der Poel, die zijn droom op Olympisch goud aan diggelen gooit vanwege een onvoorzien plankje. 

Maar ook: Femke Bol, die in de dagen na haar tuimeling twee keer goud binnensleept; Virgil van Dijk, die succesvol weet te revalideren van zijn zware knieblessure; Mathieu van der Poel, die in een volgend seizoen zegeviert in Milaan-San Remo, Parijs-Roubaix en het wereldkampioenschap op de weg. 

Individueel en dynamisch

Er zijn tal van voorbeelden van topsporters die zich na een fikse tegenslag succesvol weten op te richten en tot nieuwe, indrukwekkende prestaties komen. Veerkracht (Engels: ‘resilience’) is de term die hiervoor gebruikt wordt. In zijn onderzoek definieert Ruud den Hartigh, adjunct hoogleraar talentontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen, veerkracht als ‘het vermogen van een sporter om te herstellen van een verstoring door een stressor’, zoals een zware training, een slechte prestatie, lichamelijke klachten of een nare gebeurtenis in de thuissituatie. Veerkracht is hierbij een fenomeen dat per individu in de tijd kan verbeteren of verslechteren: een voetballer weet drie keer eenvoudig te herstellen van een doordeweekse training, maar de vierde keer is het raak en loopt hij een blessure op waardoor hij weken uit de roulatie is. Dit, terwijl een andere speler in het team van deze laatste training opnieuw geen noemenswaardige last ondervindt.

Luister de Topsport Topics Podcast over Veerkracht met Ruud den Hartigh en Jur Brauers

Welke fysieke en mentale veranderingen liggen ten grondslag aan zo’n onvermoede achteruitgang in veerkracht? Waarom lukt het de ene speler om over een slechte wedstrijd heen te stappen, terwijl de ander er een duidelijke terugslag van ondervindt? Om hier de vinger achter te krijgen, verzamelen en analyseren Den Hartigh en zijn collega’s op dagelijkse basis gegevens bij jonge voetballers in de opleiding van FC Groningen, PSV en Vitesse. Bij binnenkomst op de training geeft elke speler apart via een app op een tablet aan of hij zich uitgerust en fit voelt, en of hij gemotiveerd en vol vertrouwen is om te trainen. Deze informatie wordt vervolgens gekoppeld aan ieders individuele fysieke prestatie op het veld met behulp van sensoren (GPS, hartslag). Na afloop wordt opnieuw via de app gepolst hoe zwaar de training werd ervaren.

Op deze manier ontstaat voor elke speler een eigen karakteristiek ‘veerkrachtprofiel’ in de tijd; hieruit is de bijdrage van verschillende mentale en fysieke stressoren en hun onderlinge relaties in één oogopslag zichtbaar. In de toekomst hoopt Den Hartigh met hulp van algoritmes waarschuwingssignalen uit de data te distilleren waarmee voortijdig overbelasting of een blessure kan worden opgepikt. Vervolgens kan dan voor de betreffende speler besloten worden wat de effectiefste manier is om de verminderde veerkracht weer op peil te brengen. Voor de een kan dat het verbeteren van het zelfvertrouwen zijn, voor een ander juist meer tijd inruimen voor het herstel. 

‘Train smart, not just hard’

Een zware knieblessure of overtraindheid: een sporter kan gaan wachten en vertrouwen dat hij ervan herstelt, maar is het ook mogelijk om veerkracht te ontwikkelen en te verbeteren? Volgens Raôul Oudejans, lector Sport & Prestatiepsychologie aan de Hogeschool van Amsterdam en hoofddocent bij de Vrije Universiteit Amsterdam, is het antwoord ‘ja!’. Maar dit vraagt wel om een andere benadering dan die lange tijd gangbaar was in de sport, namelijk één met meer aandacht voor de balans tussen: 1) de kwaliteit en kwantiteit van trainen; 2) het herstel en de aangeboden stress; 3) de mentale en fysieke ontwikkeling van een atleet. 

Oudejans’ motto is dan ook: ‘Train smart, not just hard’. Oefen voor de omstandigheden waaronder je uiteindelijk wil en moet presteren! Het trainingsprogramma anno nu – aanleren van vaardigheden, fysieke training, stukje tactiek – is hiervoor onvoldoende ingericht en leidt op tot (wereld)kampioenen in de training. Maar de wedstrijd is anders, daar doen stressvolle situaties zich voor en is veerkracht nodig. Om dit laatste te verbeteren zijn er voldoende wetenschappelijk bewezen oefenmethodes om in te zetten: doelbewust oefenen (‘deliberate practice’), mentale voorstellingen (‘imagery’), en leren presteren onder druk. 

Eerder onderzoek van Oudejans, waarbij proefpersonen onder verschillende omstandigheden gevolgd werden op een klimmuur, liet zien wat stress en druk op fysiologisch gebied teweeg brengen: de hartslag gaat omhoog, lactaat stapelt zich op, de beweging wordt minder vloeiend, en de aandacht bij een taak wordt minder. Het gevolg: prestatieverlies. Wat kun je als sporter of coach hieraan doen? Ten eerste: bedenk – en schrijf op in de vorm van een puntenlijstje – wat er mogelijk allemaal kan gebeuren en mis kan gaan in een race (‘what-if scenarios’). Ga vervolgens per punt na hoe dit kan worden voorkomen of, indien het toch gebeurt, hersteld. Het zal ervoor zorgen dat de sporter meer vertrouwen krijgt, hij beter in staat is om met tegenslag om te gaan, meer leiderschap zal tonen en betere beslissingen gaat nemen.  

Daarnaast kunnen slim doordachte, ontregelende acties (‘planned disruptions’) onder gecontroleerde condities worden ingezet in de training. Met de ‘constraints-led approach’ als uitgangspunt kan een coach dit doen door de taak van zijn spelers te verzwaren (bijvoorbeeld dribbelen met de niet-dominante hand), door de omgeving te veranderen (bijvoorbeeld door het verwachte sterrenhotel last minute om te boeken naar een spartaans onderkomen), of door een atleet individueel te benadelen (bijvoorbeeld door een oneerlijke beslissing als scheidsrechter te nemen). Oudejans haalt er een aantal voorbeelden uit de topsport bij: Phil Jackson, coach van de Chicago Bulls, droeg zijn pupillen de ene keer op om in volledige stilte te oefenen en deed een andere keer onverwacht het licht tijdens de training uit; Jess Thorup, Deens voetbaltrainer, liet zijn spelers op strafschoppen oefenen maar wie er miste moest een boete in de spelerspot achterlaten (slechts één speler hoefde te dokken); Jeroen Otter verzon met regelmaat opvallende teamuitjes, waaronder een afmattend trainingskamp bij de Luchtmobiele Brigade.

Oudejans benadrukt wel dat dit soort verstoringen behoedzaam en geleidelijk ingezet moeten worden, en in overeenstemming met de behoeften en ontwikkeling van de sporters om wie het gaat. Overdadige toepassing ervan, of gebruik op een verkeerd moment in het seizoen, kan de coach-atleet relatie namelijk onder druk zetten, leiden tot een ongezonde competitie binnen het team, of het risico op blessures of burn-out juist vergroten.

Topsport Topics
public, professional
samenvatting